- Is het voor jouw bedrijf of voor een ander ?
- 1. Waarom twee rubrieken voor tijdelijke betalingsmoeilijkheden ?
- 2. Vanaf wanneer kan ik de wet op de continuïteit van de ondernemingen inroepen om mijn bedrijf te beschermen tegen schuldeisers ?
- 3. Wat is de wet op de continuïteit van de ondernemingen (WCO) ?
- 4. Welke interessante mogelijkheden biedt de WCO voor mijn onderneming in moeilijkheden?
- 5. Welke verantwoordelijkheid legt de WCO bij de ondernemers ?
- 6. Wie kan gebruik maken van de WCO ?
- 7. Is het duur om gebruik te maken van de WCO?
- 8. Moet ik specialisten betalen om gebruik te maken van de WCO?
- 8. (bis) Hoe komt het openbaar ministerie te weten dat het slecht gaat met mijn zaak?
- 9. Wat zijn de slaagkansen als ik gebruik maak van de WCO?
- 10. Kan ik zonder gerechtelijke procedure externe hulp inroepen om mijn onderneming in moeilijkheden te redden?
- 11. Hoe kan ik buiten een gerechtelijke procedure om mijn onderneming redden (‘minnelijk akkoord’)?
- 12. Hoe kan ik bescherming vragen tegen mijn schuldeisers (‘gerechtelijke reorganisatie’) ?
- 13. Gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord (optie 1)?
- 14. Gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord (optie 2)?
- 15. Gerechtelijke reorganisatie door een overdracht van de onderneming (optie 3)?
- 16. Zal ik het beheer van mijn onderneming verliezen als ik gebruik maak van de WCO ?
- 17. Kan ik de procedure zomaar stopzetten?
- 18. Kan Tussenstap mij helpen bij het gebruik van de WCO ?
- 19. Wie beslist welk personeelslid mee overgenomen wordt en tegen welke voorwaarden ?
- 20. Waar vind ik de tekst van die nieuwe wet ?
- 21. Is er een speciale tijdelijke uitkering bedoeld om het herstel van mijn bedrijf humaner te maken ?
- 22. Kan ik schulden laten kwijtschelden omwille van de goedkeuring van mijn aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie ?
- 23. Moet ik voor een aannemer tijdens zijn gerechtelijke reorganisatie inhoudingen doen op zijn facturen ?
Is het voor jouw bedrijf of voor een ander ?
De rubriek "veel gestelde vragen" op de Tussenstapsite richt zich tot ondernemers en tot belangstellenden met een beperkte juridische voorkennis. We vermijden zoveel mogelijk uitzonderingen en vaktermen. Wie dat leest moet te weten komen wat de mogelijkheden zijn, maar blijft aangewezen op juridische en economische expertise die van buiten de zaak moet aangetrokken worden. Is het dat wat je zoekt, blijf dan op deze site.
De wet is nog relatief jong en tal van bedrijfsadviseurs zijn er dus nog niet mee vertrouwd. Om hen in staat te stellen zo snel mogelijk een aantal zaken na te kijken en te leunen op de praktijkervaring van specialisten heeft het CAP-netwerk Vlaanderen, met UNIZO als belangrijke gangmaker, een online vraagbaak geopend. Deze site is minder gericht op ondernemers zonder juridische scholing. Ze gaat in op praktijkgevallen en kwesties die de rechters of de pleitbezorgers van de ondernemer die beroep doet op de WCO of zijn schuldeisers zeker zullen boeien. Hoe kan de maatschappij erover waken dat de WCO geen oneigenlijk gebruik genereert ? Wat is de positie van de banken in de wco ? Zijn er al uitspraken in hoger beroep ? Welke tendenzen vertonen zich in de rechtspraak ? Hoeveel aanvragen zijn er en uit welke sectoren komen die ? Je vindt dit soort antwoorden op de site www.wco.be.
1. Waarom twee rubrieken voor tijdelijke betalingsmoeilijkheden ?
De wet op het gerechtelijk akkoord is op 1/4/9 afgeschaft en vervangen door de wet op de continuïteit van de ondernemingen.
Voor zaken die voorgelegd zijn aan de rechtbank voor 1/4/9, gold de wet op het gerechtelijk akkoord nog.
Daarom laten we de info over het gerechtelijk akkoord nog even staan op deze site, voor die gevallen die nog in het oude systeem behandeld worden.
2. Vanaf wanneer kan ik de wet op de continuïteit van de ondernemingen inroepen om mijn bedrijf te beschermen tegen schuldeisers ?
De wet op de continuïteit van de ondernemingen is op 9/2/2009 gepubliceerd in het Belgisch staatsblad. Het koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van die wet bepaalt op 1/4/9 is op 31/3/9 gepubliceerd in het Belgisch staatsblad.
Je kan dus vanaf 1 april 2009 de bepalingen van die wet inroepen.
3. Wat is de wet op de continuïteit van de ondernemingen (WCO) ?
‘De wet op de continuïteit van de ondernemingen’ is vanaf 01/04/2009 in de plaats gekomen van de wet op het gerechtelijk akkoord. De wet biedt ondernemingen in financiële moeilijkheden een aantal mogelijkheden, tools om de onderneming te redden en het faillissement te vermijden.
De WCO valt uiteen in twee mogelijke procedures:
4. Welke interessante mogelijkheden biedt de WCO voor mijn onderneming in moeilijkheden?
De nieuwe wet vergemakkelijkt bijvoorbeeld :
5. Welke verantwoordelijkheid legt de WCO bij de ondernemers ?
De verschillende scenario’s geschetst in vraag 3 zijn in vergelijking met een faillissement per definitie voordeliger. In elk geval krijgen zowel ondernemers als de rechtbank meer speelruimte om bedrijven in nood te redden.
Als ondernemer van een bedrijf in moeilijkheden moet je ook met deze nieuwe wet een aantal innerlijke drempels overwinnen. Je moet vooreerst inzien dat je bedrijf er slecht aan toe is, en vervolgens de moed opbrengen om de koe bij de horens te vallen en tenslotte aanvaarden dat anderen merken dat je project dreigt te mislukken. In bepaalde scenario’s moet je aanvaarden dat de rechtbank over je schouder meekijkt als je in de problemen zit.
6. Wie kan gebruik maken van de WCO ?
De wet staat zowel open voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen (vennootschappen).
7. Is het duur om gebruik te maken van de WCO?
Men heeft de WCO zo laagdrempelig mogelijk willen maken. Eén van de punten van kritiek op de ‘wet op het gerechtelijk akkoord’ (de voorganger van de WCO) was immers dat de kosten van de commissaris inzake opschorting moesten gedragen worden door de onderneming in moeilijkheden. De figuur van de commissaris inzake opschorting bestaat niet meer in de WCO en is vervangen door een gedelegeerd rechter die optreedt tijdens de gerechtelijke reorganisatie en betaald wordt door Jusititie (en dus niet door de onderneming !).
Dat betekent dus dat de WCO binnen het bereik van vele ondernemers komt, maar ook dat je niet mag wachten tot alle financiële reserves opgebruikt zijn vooraleer stappen te ondernemen om tot een herstel te komen.
- Adviseurskosten. Voor alle ondernemers is het inwinnen van deskundig advies (boekhouder, advocaat,…) in deze sterk aan te bevelen. Voor juridisch en economisch geschoolde ondernemers het misschien niet onmogelijk om op eigen kracht via de wco een tijdelijk schuldprobleem op te lossen. Reken ook dat de tijd die je in procedures stopt verloren is voor het rendabel maken van je zaak, en dus ook kostelijk is. Overweeg dat procedurefouten verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
- Gerechtskosten. Er moet altijd een rolrecht betaald worden van 52 euro. Daarnaast zijn er nog wat gerechtskosten (zoals de publicaties in het Belgisch Staatsblad) die door de rechtbank (meestal) wordt doorgerekend aan de onderneming. Verschillende rechtbanken vragen bij het starten van de WCO provisies (voorschotten) op die gerechtskosten. Die provisies variëren van 0 tot 1.000 euro, afhankelijk van onder welk gerechtelijk arrondissement de onderneming ressorteert. De rechtbanken van Kortrijk, Veurne, Ieper en Dendermonde vragen dergelijke provisie. Laat ons weten als u er nog andere kent !
- Administratieve kosten. De WCO brengt voor de onderneming enkele praktische verplichtingen met zich mee, zoals bv. het aangetekend aanschrijven van alle schuldeisers wanneer de gerechtelijke bescherming werd bekomen.
Naast deze kosten zijn er soms nog andere kosten (herstructureringskosten,.), afhankelijk van de toestand van de onderneming in kwestie.
8. Moet ik specialisten betalen om gebruik te maken van de WCO?
In de praktijk blijkt dat externe hulp (advocaat, accountant, bedrijfsconsulent…) noodzakelijk is. Het redden van een zaak is technisch ingewikkeld, want je moet aan een kritisch rechtscollege kunnen bewijzen dat je zaak binnen een redelijke termijn te redden is. Vergeet niet dat de rechtbank zal oordelen op basis van de gegevens die je voorlegt. M.a.w.: hoe beter de argumenten en de bewijzen in jouw dossier, hoe hoger de slaagkansen.
8. (bis) Hoe komt het openbaar ministerie te weten dat het slecht gaat met mijn zaak?
(art. 8-12 wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen)
Op het niveau van de rechtbank van koophandel bestaan er kamers voor handelsonderzoek. De kamers volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren. Deze kamers organiseren de zogenaamde ‘knipperlichtprocedures’, wat er op neerkomt dat ze de probleembedrijven proberen op te sporen. De procureur des konings heeft toegang tot deze gegevens, en krijgt ook een verslag van het onderzoek gevoerd door deze kamers. Hij kan op basis daarvan in actie komen. Ondernemers in moeilijkheden kunnen opgeroepen worden door die kamers om uitleg te verschaffen.
De criteria die deze kamers gebruiken voor de opsporing zijn bij elke rechtbank van koophandel anders. Zo zijn er sommige rechtbanken die intensief gebruik maken van de gegevens van het financieel informatiebureau Graydon, en andere helemaal niet. Het is wel officieel bepaald dat de griffie van de rechtbank van koophandel automatisch op de hoogte wordt gebracht van :
- veroordelende vonnissen waarbij de handelaar de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist;
- handelaren die reeds twee kwartalen geen RSZ-bijdragen, BTW of bedrijfsvoorheffing meer betaald hebben;
- beslissingen waarbij aannemers hun erkenning wordt geschorst, waardoor ze niet meer mogen meedoen aan overheidsopdrachten;
- onbetaalde of geprotesteerde wissels of orderbriefjes;
- vonnissen die een einde maken aan een handelshuur of aan het beheer van een onderneming.
De gegevens worden bijgehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel. De zelfstandigen kunnen er op elk ogenblik ter plaatse kennis van nemen. Schuldeisers kunnen foutieve gegevens over zichzelf laten corrigeren.
9. Wat zijn de slaagkansen als ik gebruik maak van de WCO?
Dat is moeilijk in te schatten en het hangt af van geval tot geval. Er is lang gewerkt aan de wetgeving en er werd rekening gehouden met de pijnpunten van de wet op het gerechtelijk akkoord (de voorganger van de WCO). Die wet op het gerechtelijk akkoord bestond vanaf 1998 en had dezelfde bedoeling als de wet op de continuïteit van de ondernemingen, maar werd nooit een succes…
- hoe sterker het dossier dat de ondernemer indient, hoe hoger de slaagkansen. De bevoegde rechtbank zal oordelen op basis van het dossier dat de onderneming in moeilijkheden indient. De ondernemer heeft dus zelf een grote invloed.
- Het zal er op aankomen tijdig gebruik te maken van de wet. Indien men de financiële problemen te ver laat komen en te laat een beroep doet op de WCO, dan zal de rechtbank in de praktijk vaak moeten vaststellen dat de onderneming hopeloos verloren is. De wet is bedoeld voor rendabele ondernemingen die door omstandigheden tijdelijke financiële problemen hebben en niet zozeer ondernemingen met ernstige liquiditeitsproblemen door gecumuleerde verliezen uit het verleden. Ondernemingen die niet echt rendabel zijn en waar er dus geen spreekwoordelijk lichtje is op het einde van de tunnel, zullen vaak enkel nog beroep kunnen doen op de overdracht van een onderneming onder gerechtelijk gezag (zie verder).
- de wetgeving toepassen is een zaak van de rechtbank. Aangezien recht toepassen geen droge wiskunde is, zal het ook afhangen hoe de rechters de wet interpreteren en toepassen en hoe meegaand ze zullen zijn.
Klik hier voor de meest recente evaluatie van deze wettelijke beschermingsmaatregel voor ondernemingen in moeilijkheden.
10. Kan ik zonder gerechtelijke procedure externe hulp inroepen om mijn onderneming in moeilijkheden te redden?
Ondernemingen die hun activiteiten willen reorganiseren, kunnen daarvoor de hulp inroepen van een ondernemingsbemiddelaar. Het aanvragen van een ondernemingsbemiddelaar is zowel mogelijk voor ondernemers
11. Hoe kan ik buiten een gerechtelijke procedure om mijn onderneming redden (‘minnelijk akkoord’)?
Als ondernemer in moeilijkheden kan je proberen een minnelijk akkoord te bereiken met één/meerdere/alle schuldeisers over de afbetaling van hun vordering. Bovendien kan je als ondernemer vragen om bij het onderhandelen over dat minnelijk akkoord te worden bijstaan door een ondernemingsbemiddelaar klik hier voor meer info omtrent de ondernemingsbemiddelaar).
12. Hoe kan ik bescherming vragen tegen mijn schuldeisers (‘gerechtelijke reorganisatie’) ?
De aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat je voor maximaal 6 maanden (verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet men de schuldeisers niet meer betalen (men kan dat vrijwillig wel nog doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,…). Je bent dus tijdelijk beschermd tegen de schuldeisers.
3° de naam en de voornamen van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, van de gerechtsmandataris die de schuldenaar bijstaat of van de voorlopige bestuurder, met hun adres;
4° de einddatum van de opschorting en, in voorkomend geval, de plaats, dag en uur bepaald om uitspraak te doen over een verlenging ervan;
13. Gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord (optie 1)?
De ondernemer kan er voor opteren om onder toezicht van de gedelegeerd rechter een minnelijk akkoord te bereiken met minstens twee schuldeisers. Indien men effectief tot een akkoord komt zal de rechtbank vervolgens de sluiting van de gerechtelijke reorganisatie bevelen.
14. Gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord (optie 2)?
De ondernemer kan er voor opteren om onder toezicht van de gedelegeerd rechter een akkoord te bereiken met al haar schuldeisers. Als ondernemer moet je een (reorganisatie)plan opstellen om binnen maximaal 5 jaar de schulden geheel of gedeeltelijk af te betalen. Dat plan kan je opstellen tijdens de periode dat je opschorting van betaling hebt bekomen. Als dat plan wordt aanvaard en uitgevoerd, blijft de onderneming bestaan en worden de eventuele resterende schulden kwijtgescholden.
De rechtbank zal een datum vastleggen wanneer er moet gestemd worden over het reorganisatieplan. Minstens 14 dagen vóór die stemmingszitting moet de onderneming dat plan ter griffie neerleggen. Het plan moet o.a. de volgend zaken bevatten:
15. Gerechtelijke reorganisatie door een overdracht van de onderneming (optie 3)?
De ondernemer kan er voor opteren om onder toezicht van de gedelegeerd rechter een akkoord te bereiken voor de overdracht van de onderneming of haar activiteiten (geheel of gedeeltelijk). Zo kunnen er levensvatbare activiteiten gered worden. In het kader van de gerechtelijke reorganisatie wordt een gerechtsmandataris aangesteld die instaat voor de organisatie en realisatie van de overdracht van de onderneming.
16. Zal ik het beheer van mijn onderneming verliezen als ik gebruik maak van de WCO ?
Het principe is dat de ondernemer aan het hoofd blijft van de onderneming en dus verder het beheer waarneemt.
Toch heeft de wet in 2 uitzonderingen voorzien:
17. Kan ik de procedure zomaar stopzetten?
Het is mogelijk dat je nadat je opschorting van betaling bekwam, na verloop van tijd vaststelt dat het toch niet meer mogelijk is de onderneming te redden.
18. Kan Tussenstap mij helpen bij het gebruik van de WCO ?
Tussenstap is een organisatie die kosteloos juridisch advies en psychosociale bijstand geeft aan ondernemers in moeilijkheden (preventieve luik) en ondernemers na een faling (curatieve luik).
19. Wie beslist welk personeelslid mee overgenomen wordt en tegen welke voorwaarden ?
Bij overdracht van het bedrijf in moeilijkheden, kan de overnemer de arbeidsvoorwaarden van het personeel heronderhandelen met de vakbonden. De overnemer mag ook beslissen welke werknemers hij overneemt. Hij moet die beslissing motiveren met 'technische, organisatorische en economische redenen'. De rechtbank laat de personeelsafgevaardigden eerst hun opmerkingen overmaken.
20. Waar vind ik de tekst van die nieuwe wet ?
De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen van 31/01/2009 is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (B.S.) van 9 februari 2009 en werd gewijzigd door
- de wet van 02/06/2010 (B.S. van 14/06/2010)
- de wet van 28/04/2010 (B.S. 10/05/2010)
- Koninklijk besluit van 27/03/2009 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (B.S. van 31/03/2009)
- Koninklijk besluit van 30/09/2009 houdende vaststelling van de regels en barema's betreffende de erelonen en de kosten van de gerechtsmandatarissen en van de voorlopige bestuurders (B.S. van 16/10/2009)
- Koninklijk besluit van 03/03/2011 tot intrekking van de artikelen 9, 10, 23, 30 tot 34, 77 en 78 van het koninklijk besluit van 19 december 2010 tot uitvoering van artikel 84 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (B.S. van 17/03/2011)
21. Is er een speciale tijdelijke uitkering bedoeld om het herstel van mijn bedrijf humaner te maken ?
Vanaf 1/7/9 tot 31/12/10 was er een tijdelijk recht op een zogenaamde crisisuitkering. Je mocht actief blijven, je moest je sociale zekerheidsbijdragen niet volledig betaald hebben, en toch kreeg je 6 maanden lang wat geld dat je hielp om een moeilijke periode voor je bedrijf door te komen. Helaas is dit verleden tijd.
22. Kan ik schulden laten kwijtschelden omwille van de goedkeuring van mijn aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie ?
Naast de schuldkwijtschelding die je overeenkomt in een minnelijk of een collectief akkoord voorziet met name de sociale zekerheid nog in
- een kwijtschelding van de sociale zekerheidsbijdragen van vennootschappen in gerechtelijke reorganisatie.
- een algemene mogelijkheid, los van de gerechtelijke reorganisatie, om persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen kwijt te schelden omwille van je behoeftigheid.
Deze sociale procedures hebben als voordeel dat de totale schuld daalt en dat er nog rechten uit kunnen voortkomen. De sociale zekerheid mag trouwens in de gerechtelijke reorganisatie geen akkoord geven om vorderingen te laten vallen, dus is de procedure via je sociaal verzekeringsfonds een uitweg als je er niet in slaagt deze vordering via een akkoord met andere schuldeisers te laten verminderen.
Ook de belastingen hebben een kwijtscheldingsprocedure voor belastingsplichtigen in nauwe schoentjes.
23. Moet ik voor een aannemer tijdens zijn gerechtelijke reorganisatie inhoudingen doen op zijn facturen ?
Ondernemers die facturen ontvangen van een aannemer van bouwwerken zijn wettelijk verplicht na te zien of die aannemer fiscale of sociale schulden heeft. Dat kan via een speciale site online. (Die verplichting geldt niet voor opdrachtgevers die als natuurlijke persoon louter voor privé-doeleinden laten bouwen.)
Blijkt dat er geen schulden zijn, dan kan de factuur volledig betaald worden. Zijn er sociale schulden, dan moet er 35% op de factuur zonder BTW ingehouden worden en doorgestort naar de RSZ. Zijn er fiscale schulden, dan moet er 15% op de factuur zonder BTW worden ingehouden en doorgestort naar de fiscus.
Wie niet kijkt of er schulden zijn en vervolgens de nodige inhoudigen en doorstortingen verricht kan hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de fiscale en of sociale schulden van de aannemer. Dit kan een weinig oplettende opdrachtgever met andere woorden een pak geld kosten.
In de wet is bepaald dat vanaf 16/5/2011 een medecontractant van een onderneming die in een procedure gerechtelijke reorganisatie zit, nog steeds de nodige inhoudingen en doorstortingen moet doen, indien op de portaalsite van de RSZ aangegeven wordt dat er sociale of fiscale schulden zijn. Heeft de onderneming in moeilijkheden daarentegen een afbetalingsplan met de RSZ of fiscus, dat correct nageleefd wordt, dan moeten er geen inhoudingen gebeuren.
Voor de specialisten : met de wet is hier bedoeld de wet houdende diverse bepalingen van 14 april 2011, Belgisch Staatsblad 6 mei 2011, inwerkingtreding 16 mei 2011.






