tussenstap logo
 
 
  • Home
  • Herstarten
  • Red je zaak
  • Failliet, wat nu?
  • Meer zwaar weer
  • Succesvol ondernemen
  • Veel gestelde vragen
  • Jouw inbreng
  • Wie zijn wij
  • Belangenverdediging
    • Voorkomen van faling
    • Faillissement
    • Beleid & ondernemen
    • Overheid als klant
    • Sociale onderhandelingen
    • Bij de buren
  • Dank zij
  • Belangstellenden
  • Nieuwsbrief
  • Contact
  • Extranet
  • Publicaties & downloads
  • Links
Home > Belangenverdediging > Beleid & ondernemen
  • Tijd voor een krachtig kmo-beleid - laatste update : 6/7/2011
  • De nood van ondernemers officieel erkend
  • Sociale uitsluiting van ondernemers uit de schaduw (geplaatst 11/3/11)
  • Naar groter sociaal vangnet voor zelfstandigen?
  • Armoede treft meer werkende ondernemers dan werknemers
  • UNIZO wil een tijdelijk inkomen voor gefailleerde en tot stoppen gedwongen zelfstandigen
  • Vijf maatregelen van Familieplan voor Zelfstandigen goedgekeurd
  • UNIZO over GEM-studie: “Geen basisvangnet voor wie mislukt als ondernemer”
  • Starters-bvba: 1 euro startkapitaal is echt te weinig (update 31/6/11)
  • Europa stimuleert de herstart van eerlijke gefailleerden
  • “Volledig herstel kredietverlening beste vertrouwenswekkende maatregel”, stelt UNIZO
  • Zelfstandige ondernemers in nood zijn assepoesters
  • UNIZO: “broodnodig Europees relanceplan bevat goede speerpunten"
  • Het solidariteitspact mede onderschreven door UNIZO is een opstap naar een pragmatische, resultaatgerichte staatshervorming.
  • 60% ondernemers wil betere ondersteuning ‘zelfstandige’ gezinnen
  • De KMO portefeuille, opvolger voor BEA
  • Ondernemingszin lijdt onder discriminatie van ondernemers

Tijd voor een krachtig kmo-beleid - laatste update : 6/7/2011

Het beleid heeft veel aandacht voor startende ondernemingen. Maar ook de uitstroom uit het ondernemerschap vertelt iets over de noden van onze door kmo's gedragen economie. We beperken ons hier tot het cijfermateriaal over enkele aspecten van de uitstroom.

1. Actieve ondernemers in moeilijkheden

Uit een onderzoek van HUBrussel blijkt dat het aantal Belgische ondernemers in structurele armoede moet geschat worden op 40.000. Waarschijnlijk bevat dit cijfer zo'n 25.000 Vlamingen. Het gaat hier veelal over ondernemingen die in hun voortbestaan bedreigd zijn. Een groeiend aantal ondernemers hebben hun zaak willen redden met een gerechtelijke reorganisatie. Deze nog recente procedure heeft het stijgen van het aantal faillissementen nauwelijks beïnvloed. Nog veel te veel ondernemers weten niet dat deze tijdelijke bescherming tegen schuldeisers bestaat, en wie er wel gebruik van maakt doet dit dikwijls te laat, zodat de zaak na verloop van tijd toch overkop gaat. Een ondersteunend beleid gericht op de grootste noden kan heel wat ellende voorkomen.

Grafiek 1 : 10 jaar bescherming tegen schuldeisers in Vlaanderen

10 jaar herstelbescherming

2. Gedwongen stopzettingen door faling

Het aantal faillissementen vertoont een stijgende tendens op de lange termijn, crisis of geen crisis.
Grafiek 2 : lange termijnevolutie faillissementen België

Langetermijn evolutie falingen


Grafiek 3 : recente evolutie faillissementen Vlaanderen
Aantal falingen Vlaanderen 2006-2009

Ook de recente evolutie van het aantal Vlaamse faillissementen vertoont een gestage stijging. De wereldwijde bankencrisis versterkte enkel deze trend.

Grafiek 4 : overlevingskans gewestevolutie
Overlevingskans Vl

Wat de grafiek overlevingskans weergeeft is het aantal ondernemingen in een gewest gedeeld door het aantal falingen in dat gewest. Het zo bekomen cijfer geeft weer hoeveel bedrijven er staan tegenover 1 failliet bedrijf. Hoe hoger dit cijfer, hoe gezonder de economie van dat gewest.  De overlevingskans van Vlaamse ondernemingen evolueerde gunstig tot 2007. Vanaf dan verslechterde deze ratio. Vlaanderen blijft het beter doen dan Wallonië of Brussel, maar deelt toch in de klappen.

Na een faling valt het ondernemersinkomen weg, is het persoonlijk vermogen bedreigd en staat de maatschappelijke status onder nul. Wie gedurfd heeft zelf in te staan voor het creëren van werkgelegenheid verdient op zijn minst een aangepast humaniserend beleid.

3. Starters en herstarters : problematische maatschappelijke waardering

De maatschappelijke waardering voor succesvolle starters staat op een laag pitje, blijkt uit een nationale GEM studie.

Grafiek 5 : waardering starters

 StatusSuccesvolleStarters

Volgens een telling uitgevoerd door Graydon Belgium NV zijn er in Vlaanderen 5.741 ondernemingen actief met een ondernemer die in faling ging in de periode januari 1995 tot april 2011. In diezelfde periode gingen bijna 25.000 Vlaamse ondernemingen in faling. Wetende dat de grote meerderheid van de falingen bona fide ondernemers treft en dat zij meestal weer willen herkansen met een zaak, is het effectief aantal herstarters na faling relatief laag. Zij ontmoeten dan ook belangrijke obstakels van psychologische, sociologische en bedrijfseconomische aard. Een multifocaal ondersteunend beleid zou hier een bron van schaars talent aanboren met relatief lage kosten.

Conclusie :

Ondernemen brengt elke dag zijn problemen met zich, maar circa 35.000 Vlaamse ondernemers hebben het bijzonder lastig. Het is dus meer dan ooit tijd voor een krachtig beleid ten gunste van uitstromende ondernemers waarbij de opbouwende bijdrage van vele maatschappelijke actoren wenselijk is.

 

[top]

De nood van ondernemers officieel erkend

In oktober 2009 lanceerde vzw Welzijnszorg haar jaarlijkse campagne tegen de armoede in ons land. Centraal staat werk, als hefboom om uit de armoede te raken. UNIZO was voor het eerst partner van deze actie. De KMO-organisatie stelde mee de engagementsverklaring en de eisenbundel voor de campagne op. Om twee redenen: de helft van de jobs in de privé-sector zijn KMO-jobs. Bovendien is er de vaak vergeten en verdoken armoede bij (gefailleerde) zelfstandigen. Volgens een internationaal vergelijkende studie van de Federale overheidsdienst Economie hebben 2,3 % van de werknemers een gezinsinkomen onder de armoedegrens: gemiddeld bij zelfstandigen is dat evenwel 14 %. Dat heeft volgens UNIZO vooral te maken met de vaak zeer zwakke sociale zekerheid van zelfstandigen en hun gezin.

"Bij zelfstandigen leeft 14% in armoede, bij werknemers is dat 2,3%"
[bron: studie EU-SILK 2006, FOD Economie]

1,7 miljoen mensen werkt in een KMO of zorgt als zelfstandige voor eigen job. Bovendien hebben zelfstandigen en KMO’s alle belang bij een samenleving waarin iedereen kan leven met een correct inkomen, benadrukte UNIZO op de lancering van de campagne door Welzijnszorg.

Welzijnszorg besteedt in de campagne 2009-2010 veel aandacht aan het volgens UNIZO “maatschappelijk onderschat en vaak verborgen probleem van zelfstandigen in moeilijkheden en van gefailleerden”. Tot en met oktober dit jaar gingen 7.826 bedrijven failliet, 12 % meer dan vorig jaar. In de bouwsector was er een stijging met 24 %, in de horeca met 15, % in de transportsector met 20 %, allemaal typische KMO-sectoren.

Armoede bij zelfstandigen wordt vaak onderschat. Toch is er bij zelfstandigen meer armoede dan bij werknemers. UNIZO en het met de organisatie gelieerde Sociaal Verzekeringsfonds ZENITO richtte daartoe “Tussenstap” (www.tussenstap.be) op, voor de opvang en begeleiding van gefailleerden zowel psychologisch, juridisch en materieel. De organisatie dringt aan op een verbetering van de sociale uitkeringen voor alle zelfstandigen die noodgedwongen hun zaak moeten stopzetten of failliet gaan, een soort werkeloosheiduitkering voor zelfstandigen, zeg maar.

Voorts bepleit UNIZO reeds sedert 2007 een structurele ondersteuning van alle waardevolle initiatieven gericht op de opvang en begeleiding van al wie gedwongen wordt de eigen zaak stop te zetten en voor gefailleerden. 
 
De inspanningen van UNIZO, Zenito SVF en Tussenstap, nu ook ondersteund door de Welzijnszorg campagne leidden uiteindelijk tot een positief resultaat. Vanaf 1/1/2010 geniet Tussenstap voor het eerst van Vlaamse ondersteuning voor haar kerntaak, zijnde het bijstaan van individuele ondernemers in moeilijkheden. Voorheen kwamen er wel reeds middelen binnen die de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe methodieken en producten voor ons doelpubliek bevorderen. Die zijn uiteraard zeer welkom. Projectmatige financiering is evenwel eindig en vergt ook heel wat bijkomende inspanningen die Tussenstap afleiden van haar kerntaken. Enkel een structurele financiering kan een waarachtige oplossing bieden voor een structureel kenmerk van onze economie : het ondernemersrisico. Enkel als er voldoende humaniserende maatregelen tegenover dit risico staan kan de Vlaamse ondernemerszin significant opgewaardeerd worden. De subsidie die Tussenstap van de Vlaams overheid geniet heeft helaas nog geen structureel karakter, maar maakt wel reeds een wereld van verschil. Klik hier voor meer info.

[top]

Sociale uitsluiting van ondernemers uit de schaduw (geplaatst 11/3/11)

Het thema armoede bij ondernemers is na twee jaar economische crisis meer dan ooit actueel. Helaas werd de gedachtenwisseling over dit onderwerp overschaduwd door een gebrek aan hard cijfermateriaal. Tussenstap en UNIZO hebben dit herhaaldelijk aangeklaagd bij diverse fora, maar geen enkele officiële instantie kwam in beweging. UNIZO gaf daarom opdracht aan professor Johan Lambrecht van HuBrussel om zijn studie van 2002 te actualiseren en aan te vullen met recente inzichten uit binnen- en buitenland. Het Portable Document Format (PDF) resultaat van dit onderzoek naar armoede bij zelfstandigen is hier nu downloadbaar (pdf, 1.41 MB).

Bij onze noorderburen zijn dergelijke studies wel overheidsopdrachten en al jarenlang ingeburgerd. Op het vlak van de wettelijke voorzieningen en de maatschappelijke organisaties die een humanitaire exit uit de zelfstandigheid waarmaken hebben de Nederlanders dan ook voorsprong op de Vlamingen. Hun voorbeeld dwingt respect af. Vlaanderen laat zich niet onbetuigd. Vlaanderen in actie bevat tal van aanzetten. Er is wel nog een lange weg af te leggen. Zie daarvoor deel drie van de studie van HuBrussel.
 
Belangstellende beleidsmakers kunnen hierover met Tussenstap en gelijksoortige actoren van gedachten wisselen, ter voorbereiding van initiatieven in parlementen en Vlaamse regering. Zulks kan ook inspiratie leveren voor het federale regeerakkoord dat hopelijk binnenkort het levenslicht zal zien. Tussenstap is bereid contact met bevoorrechte getuigen zoals ondernemers in nood, vaste of vrijwillige medewerkers van Tussenstap, voor u te helpen organiseren.
[top]

Naar groter sociaal vangnet voor zelfstandigen?

Bevraging 67 procent van de ondernemers kennen in hun directe omgeving collega-ondernemers met financiële problemen. Dat blijkt uit een bevraging van UNIZO, Tussenstap en Zenito. Tien jaar geleden bestond bij de zelfstandige ondernemers een veel sterkere weerstand tegen een sociaal vangnet," merkt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt.

Tussenstap, de gefailleerdenbegeleiding van UNIZO, en sociaal verzekeringsfonds Zenito, organiseerden dinsdag 16 juni 2009 het eerste symposium over de problematiek van zelfstandigen in financiële problemen. Ondernemers getuigden over hun ervaringen na een faling.

 Naar aanleiding van het symposium in het Vlaams parlement ondervroeg UNIZO 583 zelfstandigen. Opvallendste conclusie: twee derde van de ondervraagden kent een collega met financiële problemen.

Slechts 30% gaat akkoord met de stelling dat de meeste zelfstandige ondernemers goed hun brood verdienen. De helft van de bevraagden ziet de economische crisis als belangrijkste oorzaak voor de bestaande armoede bij zelfstandige ondernemers. Daarna volgen ‘tegenslag waaronder ziekte’ (39%), en ‘te grote risico’s’ met 37%.

Zelfstandigen klaar voor sociaal vangnet Op het symposium debatteerde Tussenstap met ondermeer academici, Justititieminister De Clerck en Economie-minister Ceysens. De crisis heeft de geesten doen evolueren, zo bleek. Vlaams minister van Economie Patricia Ceysens (Open Vld) wees er op dat ze vijf jaar geleden nog bijna buitengedragen werd toen ze soortgelijke voorstellen deed.

Ook UNIZO-topman Karel Van Eetvelt erkende "dat er tien jaar geleden bij de zelfstandige ondernemers een veel sterkere weerstand tegen een sociaal vangnet bestond".

Sinds 1997 bestaat er al een bescheiden faillissementsverzekering. De federale minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) wil die verzekering uitbreiden en zei dat de principiële keuze voor een vervangingsinkomen is gemaakt.

Uit de bevraging blijkt dat ook zelfstandige ondernemers een aantal specifieke verwachtingen hebben ten opzichte van de overheid om de problemen waarmee ze geconfronteerd worden te counteren. Het voorstel voor een correcte sociale uitkering bij gedwongen stopzetting vindt bijvoorbeeld massaal steun bij de ondervraagde zelfstandigen (89%).

Een ruime meerderheid (79%) vindt het een kerntaak van de overheid om zelfstandigen met tijdelijke moeilijkheden snel aan betaalbaar overbruggingskrediet te helpen. Een meerderheid denkt ook dat een modernisering van de vestigingswetgeving zal leiden tot minder faillissementen. Tussenstap pleit daarom voor een vestigingswetgeving die starten zonder kennis van zaken uitsluit.

Tussenstap vraagt betaalbaar overbruggingskrediet Tussenstap, dat gefailleerden begeleidt, dringt vooral aan op een volwaardig overbruggingsrecht. Daardoor hebben zelfstandigen niet alleen recht op een uitkering bij een faillissement maar ook bij problemen zoals brand, overlijden, economische crisis in de sector, …

Verschoonbaarheid na 1 jaar. De organisatie wil ook een herstart na een faillissement vereenvoudigen door 1 jaar na het faillissement de verschoonbaarheid uit te spreken. Zo kan een gefailleerde na één jaar niet meer aangesproken worden door schuldeisers en met een propere lei een nieuwe start maken.

Veel misverstanden over bestaande maatregelen Een ander opvallend resultaat uit de bevraging is dat er bij de zelfstandigen wel nog veel misverstanden leven. Zo weet twee derde niet dat de sociale zekerheid voorziet in een uitkering bij faillissement. Meer dan vier vijfde weet niet dat er bepaalde organisaties zijn die zich bezighouden met ondernemers in moeilijkheden. Tussenstap en het Centrum voor Ondernemingen in Moeilijkheden zijn nog het meest gekend, door 17% van de bevraagden.

[top]

Armoede treft meer werkende ondernemers dan werknemers

Armoede kun je definiëren als een tekort aan inkomen, maar ook als een vorm van maatschappelijke uitsluiting. In welke mate zijn ondernemers daarbij betrokken ? En is dat louter een probleem van faillissementen of is er ook een probleem met werkende ondernemers ? Veel onderzoek is daar de laatste 5 jaar nog niet naar gebeurd in België. Het recentste voorbeeld is het EU-SILK 2006 onderzoek. Daaruit blijkt dat de relatieve armoedekans bij volwassen, werkende zelfstandigen 14% bedraagt tegenover slechts 2,3% bij werknemers. Noch de media, noch de overheden van dit land hebben daar aandacht aan besteed. Het mag ons dan ook niet verwonderen dat er in België niet veel werk gemaakt wordt van de bestrijding van een fenomeen dat onzichtbaar is. Is dat overal zo ? Op 25 maart 2009 publiceerde Yvonne Hofs in de Nederlandse "De Volkskrant"  een artikel dat begint met "Onder zelfstandig ondernemers heerst meer armoede dan onder werknemers in loondienst. Het gemiddelde inkomen van zelfstandigen is sinds 1990 zelfs gedaald in vergelijking met dat van de gemiddelde Nederlander."

De volkskrant haalt deze conclusie uit de Monitor Inkomens Ondernemers van het onderzoeksinstituut EIM, het eerste landelijke onderzoek naar het inkomen van ondernemers. Ook onze noorderburen zijn dus nog niet lang bezig met armoede bij ondernemers, maar ze staan wel verder. Het onderzoek is gebaseerd op cijfers tot en met 2006, dus de effecten van de huidige recessie zijn er niet in verwerkt. In 2006 had 12,4 procent van alle zelfstandigen een laag inkomen, tegen 9,3 procent van de Nederlandse beroepsbevolking. Ongeveer 6 tot 7 procent van de ondernemers verdient jarenlang een laag inkomen en leeft dus structureel in armoede.

De opstellers van het rapport gaan ervan uit dat het cijfer sinds 2006 is verslechterd. De stand van de economie heeft namelijk meer impact op de inkomens van zelfstandigen dan op de lonen van werknemers. Tijdens de conjuncturele dips van 1990 en 2003 schoot het percentage armlastige zelfstandigen naar 16 tot 17 procent. Volgens het EIM zal dat percentage tijdens deze recessie minstens zo hoog, zo niet hoger oplopen. Dat zou betekenen dat nu meer dan 100 000 zelfstandigen in de problemen zitten.

EIM-onderzoeker Micky Folkeringa, een van de opstellers van het rapport, vindt het opmerkelijk dat ondernemers er qua inkomen zo slecht uitspringen. ‘Het beeld is eigenlijk nog beroerder als je het inkomen relateert aan het aantal gewerkte uren. Nogal wat zelfstandigen werken 65 uur per week voor het inkomen dat een werknemer in 38 uur verdient.’ Onder de arme ondernemers zijn veel allochtonen. Zij hebben relatief vaak een slecht lopende winkel of restaurant. Ook vrouwen zijn oververtegenwoordigd. Zij werken vaak in deeltijd en zijn gemiddeld voorzichtiger en financieel minder onderlegd. Starters tenslotte hebben vrijwel per definitie een lager inkomen dan de gemiddelde zelfstandige.

Wat kunnen we nu uit dit Nederlands rapport afleiden voor België ? De economieën zijn vergelijkbaar. Er zijn 1,5 maal zoveel Nederlanders als Belgen. Grof gerekend kan er dus vermoed worden dat er in België, naast de 10.000 ondernemers die hun zaak zullen zien failliet gaan in 2009, waarschijnlijk 66.000 werkende zelfstandigen zijn die moeten worstelen om het hoofd boven water te houden. Waarom zien we dat dan niet elke dag op TV ? Dat is eigenlijk simpel te verklaren. De meeste overheden kennen het probleem niet en de betrokken ondernemers zijn enerzijds te fier om te tonen dat ze het moeilijk hebben, en anderzijds vinden ze weinig wettelijke basis waarop ze hun vraag om hulp kunnen baseren. Waar dit probleem in Nederland aan de orde van de dag is, is dit geen nieuws voor media, noch politici. Wie zorgt voor betrouwbaar feitenmateriaal, zodat er een beleid kan op gebouwd worden in België ?

Pol Vermoere, coördinator van vzw Zenitor

[top]

UNIZO wil een tijdelijk inkomen voor gefailleerde en tot stoppen gedwongen zelfstandigen

“Net zoals werklozen, moeten ook alle zelfstandigen kunnen genieten van een uitkering als ze om economische redenen niet meer kunnen werken.”

Dat stelt UNIZO na een analyse van de nu bestaande zogenoemde “faillissementsverzekering”. Vorig jaar gingen 7.613 zelfstandigen failliet, slechts 443 mensen ontvingen deze zeer beperkte sociale uitkering. Dat is amper 8% van de gefailleerden, ondanks hun vaak precaire financiële en sociale situatie. De betrokken gefailleerden ontvingen gemiddeld 3.969 euro, goed voor een totaal van 1,75 miljoen euro. “De faillissementsuitkering heeft sinds het ontstaan ervan in 1997 nooit naar behoren gewerkt,” oordeelt UNIZO.

De organisatie bepleit een volwaardig overbruggingsrecht voor alle zelfstandigen die hun zaak noodgedwongen en vroegtijdig moeten stoppen. “Het gaat daarbij niet alleen om failliete ondernemers maar ook om oudere zelfstandigen die tegen beter weten verlieslatend verder werken tot aan hun pensioen of zelfstandigen getroffen door hinder van wegenwerken, een ongeluk of een ramp zoals brand of overstromingen.”
 
Stap hier over naar de UNIZOsite voor dit onderwerp.
Kijk hier naar info over een eerste stap tot tijdelijke invoering van een overbruggingsrecht voor actieven wiens zaak bedreigd wordt.
Meer over "UNIZO wil een tijdelijk inkomen voor gefailleerde en tot stoppen gedwongen zelfstandigen"
[top]

Vijf maatregelen van Familieplan voor Zelfstandigen goedgekeurd

De ministerraad heeft op 27/11/9 vijf maatregelen goedgekeurd van het Familieplan voor Zelfstandigen. Zelfstandigen moeten hiermee hun gezins- en beroepsleven beter kunnen verzoenen als ze ernstige familiale problemen hebben. De maatregelen worden op 1 januari 2010 van kracht.

 1. Tijd voor een ernstig ziek kind Zelfstandigen met een ernstig ziek kind (bijvoorbeeld kanker of een zeldzame ziekte) krijgen mits aanvraag één kwartaal kosteloze sociale zekerheid. Dat kwartaal volgt op de onderbreking van de werkzaamheden. Zelfstandigen zullen hierdoor met minder schade voor hun inkomen tijd kunnen nemen om voor hun ziek kind te zorgen. Het sociaal verzekeringsfonds ontvangt de aanvraag, vergezeld van een medisch attest. Als de arts bevestigt dat het kind een ernstige aandoening heeft of ingreep moet ondergaan en dat de zelfstandige familiale bijstand moet verlenen voor het herstel van het kind, kan het voordeel toegestaan worden.

 2. Tijd voor het levenseinde van het kind of de partner van de zelfstandige Het levenseinde van het kind of de partner van een zelfstandige brengt heel wat zorgen en reorganisatie met zich. Als een arts de ongeneeslijke aard van de ziekte bevestigt, opent de zelfstandige daarmee recht op :

  • kosteloze sociale zekerheid voor het kwartaal dat op de beroepsonderbreking volgt ;
  • een vaste uitkering, die in drie schijven wordt betaald, als de beroepsactiviteit wordt onderbroken. Die uitkering zal overeenkomen met maximaal 1.840 euro, het bedrag van twee maanden minimumpensioen van een alleenstaande zelfstandige.

3. Het moederschapsverlof komt sneller en soepeler

  •  Moederschapsuitkeringen zullen sneller dan nu worden betaald:
  • De drie weken verplichte rust en de facultatieve weken rust zullen ten laatste een maand na de laatste week moederschapsrust worden betaald. Als de facultatieve moederschapsrust per week wordt genomen, zal de uitkering ten laatste een maand na de laatste week van elke rustperiode worden betaald.
4. Meer moederschapsverlof als de baby in de week na de geboorte in het ziekenhuis blijft. Net zoals in het stelsel van werknemers zal een zelfstandige moeder gedurende een periode van maximaal 24 weken haar moederschapsverlof kunnen verlengen als in de eerste dagen na de geboorte van het kind blijkt dat het kind voor langere tijd in het ziekenhuis moet blijven.
 
 5. Overdracht van het moederschapsverlof aan de vader (of een gelijkgestelde) als de moeder overlijdt Als de moeder voor het einde van het moederschapsverlof overlijdt, kan de zelfstandige die zich over het kind ontfermt, vrij nemen om voor het kind te zorgen. Die persoon kan ook het bedrag krijgen van het deel van de moederschapsuitkering dat nog niet werd betaald.
[top]

UNIZO over GEM-studie: “Geen basisvangnet voor wie mislukt als ondernemer”

De GEM -studie vergelijkt de ondernemingszin in Vlaanderen met de ondernemingszin in België, Europese landen en een aantal landen in de rest van de wereld. Ze maakt dus zichtbaar of de Vlaamse ondernemers zich situeren in de kop van het peloton of daarentegen rode lantaarn spelen. De GEM-bevraging dateert van mei-juni vorig jaar, voor het uitbreken van de crisis dus.

Zwart gat Volgens UNIZO-topman Karel Van Eetvelt bevestigen de GEM-resultaten een oud en bekend zeer: “als je niet slaagt als ondernemer, val je in een zwart gat. Dat weerhoudt veel potentiële ondernemers ervan de sprong te wagen. Wie zonder werk valt, kan terugvallen op een werkloosheidsuitkering. Voor zelfstandigen die failliet gaan, is er op dit moment bitter weinig. En wie na een carrière als werknemer op pensioen gaat, ontvangt maandelijks minstens 101,79€ méér dan een zelfstandige.”

Financieringssteun evalueren en zo nodig bijsturen. Volgens UNIZO moet de federale regering verder werken aan de verbetering van het sociaal statuut voor zelfstandigen, met speciale aandacht voor het pensioen. Daarnaast bespreekt UNIZO op dit moment met minister Laruelle een uitbreiding van de bestaande faillissementsverzekering naar een volwaardig overbruggingsrecht voor alle zelfstandigen die getroffen worden door een grote tegenslag. UNIZO wijst er ten slotte op dat, sinds het uitbreken van de crisis, het aantal starters gevoelig is afgenomen tegenover 2007. De crisis zorgt volgens UNIZO ook voor onzekerheid bij veel starters over de financiële haalbaarheid van een eigen zaak. De organisatie vraagt de federale en Vlaamse regering daarom de recente maatregelen, Initio en Waarborgregeling, te evalueren op hun effect naar starters. Sorteren beide maatregelen niet het gewenste effect, dan moeten ze dringend bijgestuurd worden, stelt UNIZO. De volgende Vlaamse regering kan starters betere financiering bieden door de bestaande Win-win lening uit te breiden, stelde UNIZO eerder deze week nog op de voorstelling van haar Vlaams memorandum.

Vrouwen Uit de GEM-monitor blijkt dat 40% van de Vlaamse ondernemers, vrouwen zijn. Over heel het land is dat slechts 30%. Die vervrouwelijking in Vlaanderen is volgens UNIZO mee te danken aan initiatieven zoals het project “vrouwelijke startende ondernemers” van UNIZO Startersservice en de verregaande samenwerking tussen UNIZO en markant.

 

UNIZO juicht het initiatief toe van minister Ceyssens. Ze wil mensen die werkloos werden door de crisis warm maken voor het ondernemerschap via een coaching-traject. UNIZO Startersservice, de UNIZO-werking voor mensen met startersplannen, ziet hierin ook kansen voor de Vlaamse Startersdag op 7 mei en wil graag een overleg hierover met Minister Ceyssens.
 
 Werkzoekenden UNIZO Startersservice, in samenwerking met VDAB, sinds dit jaar gestart met het project “Ondernemen werkt”. Daarin krijgen kandidaat-starters een uitgebreide begeleiding bij de opstart van hun zaak. Via dit project wil UNIZO ook aan werknemers die door de crisis hun werk verloren, een boeiende oplossing bieden.

 Persbericht UNIZO Datum: 21 januari 2009

[top]

Starters-bvba: 1 euro startkapitaal is echt te weinig (update 31/6/11)

Sedert 1/6/2010 kunnen startende ondernemers een starters-BVBA oprichten. UNIZO werkte de nieuwe ondernemingsvorm samen met minister Laruelle uit en ziet er 2 voordelen in. Ten eerste hoeven ondernemersplannen niet meer spaak te lopen op gebrek aan kapitaal, een starters-BVBA starten kan al met 1€. Ten tweede sluiten enkele voorwaarden avonturiers uit: een boekhouder of financieel expert moet helpen bij het financieel plan én bij een faling zijn de rechten van schuldeisers gevrijwaard. Recent zorgde het groeiende gebruik van een Britse Ltd. in België voor heel wat problemen. UNIZO waarschuwde eerder al voor de fiscale handicap: eventuele winst uit een starters-BVBA kan moeilijker onder het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting vallen.  Tussenstap bekijkt deze recente ondernemingsvorm kritisch vanuit een bekommernis over de slaagkansen van een onderneming met een gering startkapitaal.

Het succes is na 1 jaar beperkt gebleven : In de periode 1/6/10 tot 31/5/11 zijn er maar 748 s-bvba's in het leven geroepen, volgens handelsinformatiebureau Coface Services Belgium. De s-bvba maakt 11 maand na zijn ontstaan maar 3,3 procent uit van het totaal aantal opgerichte bvba's. Het aantal nieuwe s-bvba's neemt geleidelijk af, na een hoogtepunt in oktober 2010.

Dit geringe succes is te verklaren :

- de oprichting kost toch een paar duizend euro (aan notaris, boekhouder en staatsbladpublicatie).
- ook om een eenmanszaak op te richten is zo'n 6000 euro een minimale inbreng om de zaak overlevingskansen te geven.
- banken lenen niet aan een zo goed als lege doos. Ze vragen persoonlijke borgstellingen en doorbreken daarmee in feite de bescherming van je persoonlijk patrimonium en maken de oprichting van de startersBVBA daardoor een stuk minder zinvol.
 
UNIZO noemt de starters-BVBA een goed crisisalternatief voor bestaande ondernemingsvormen, zolang de ondernemer niet teveel winst maakt tenminste. Dan duiken immers 2 nadelen op.
  • Winst zwaar belast Ten eerste, om in aanmerking te komen voor het verlaagd opklimmend tarief (24,98%) in de vennootschapsbelasting mag je maximum 13% van het gestort kapitaal uitkeren als dividend. Bij de starters-BVBA met een kapitaal van 1 euro is in de eerste jaren dus geen dividenduitkering mogelijk zonder 33,99% belasting te betalen op de winst. Bij voorbeeld: Jan start een snoepwinkel met een starters-BVBA en een geplaatst en gestort kapitaal van 2.500 euro. Als hij nu winst maakt met zijn snoepwinkel kan hij die winst wel uitkeren, maar om het verlaagde tarief te behouden mag hij niet meer uitkeren dan 13% van 2.500 euro. Als Jan een gewone BVBA had gehad met een minimumkapitaal van 18.550 euro en 6.200 euro gestort kapitaal, kan Jan 13% van 6.200 uitkeren en toch nog het verlaagd tarief krijgen.
  • Kwart winst reserveren Een tweede mogelijke probleem volgens UNIZO is dat een kwart van de winst moet gereserveerd worden. Bij een gewone BVBA is dat slechts 5%. Nochtans moet, in tegenstelling tot bij een BVBA, een financieel plan worden opgesteld onder toezicht van een expert uit de cijferberoepen (boekhouder, bedrijfsrevisor, enz.) om vroegtijdige faillissementen door een gebrek aan ervaring te voorkomen. Bovendien, als men dit kapitaal nadien gebruikt voor de verhoging van het kapitaal (verplicht na 5 jaar in de starters-BVBA), dan wordt dit bedrag van de reserves niet gelijkgesteld aan gestort kapitaal, wat van belang is voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Bij voorbeeld: Jan richt een starters-BVBA op met 100 euro. Gedurende 5 jaar behoudt hij 1/4 van zijn winst als wettelijke reserve in de vennootschap, na 5 jaar zit hier 20.000 euro in. Na 5 jaar is Jan verplicht om zijn kapitaal te verhogen tot 18.550 en hij wil hiervoor de opgebouwde reserve gebruiken. Fiscaal is dit echter geen gestort kapitaal, de werkelijke storting door Jan is beperkt tot 100 euro. Omdat 1 van de voorwaarden voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting is dat men niet meer dan 13% van zijn gestort kapitaal uitkeert als dividend, kan Jan slechts 13 euro als dividend uitkeren wil hij onder het verlaagd tarief blijven. Keert hij meer uit dan zal hij onder het gewoon tarief in de vennootschapsbelasting van 33,99% vallen. De enige oplossing hiervoor is dat Jan werkelijk geld inbrengt in de vennootschap en zo het fiscaal gestort kapitaal verhoogt. Maar waarom dan de eerste 5 jaar telkens ¼ van de winst opzij zetten in de vennootschap?
[top]

Europa stimuleert de herstart van eerlijke gefailleerden

De raad van Europa keurde op 1/12/8 een "Small business act" goed. Dit kunnen we vertalen als een KMOondersteuningsbeleid. Daar staan ook voor gefailleerden zeer interessante dingen in, en de lidstaat België kan nog heel wat doen om tegemoet te komen aan deze Europese doelstellingen. Tussenstap verheugt zich over deze Europese aandacht en steun voor problemen waar onze hulpvragers dagelijks mee geconfronteerd worden.

Kleine en middelgrote ondernemingen zijn hard nodig voor welzijn en werk. Ze vormen een dam tegen de gevolgen van de globalisering. De unie wil ze het beste klimaat ter wereld bieden. Er is daarvoor nog wat weg af te leggen. Europese kmo's scoren slechter dan Amerikaanse inzake productiviteit, groei en jobcreatie. Zowel de omgeving waarin deze ondernemingen moeten werken als de ondernemersvaardigheden kunnen nog verbeteren.

Er staat letterlijk : "Cruciaal voor het scheppen van een kmo-vriendelijk klimaat is dat de houding in de EU ten aanzien van het ondernemerschap en het nemen van risico's verandert: de politieke leiders en de media moeten, daarin gesteund door de overheid, ondernemerschap en de daarmee samenhangende bereidheid om risico's te nemen toejuichen."
In een wereld die wars is van risico's vinden de ondernemers die dit risico aan den lijve ondervonden hebben, moeilijk een plaats. Dit moet inderdaad dringend veranderen, en niet enkel in het belang van de ondernemers, maar in het belang van heel de maatschappij. Die samenleving mag dus niet werkeloos toekijken nu het aantal faillissementen stevig stijgt.
De EU stelt 10 basisbeginselen voor om tot een ondernemersvriendelijk klimaat te komen.
 
 
Meer bepaald wordt als tweede beginsel in die "act" een beleid voorgesteld om eerlijke gefailleerden snel een tweede kans te gunnen. De lidstaten kunnen dit op volgende manier realiseren :
  •  het creëren van begrip voor eerlijke gefailleerden via een publieke voorlichtingscampagne;
  • een gelijke behandeling van herstarters inzake steunmaatregelen;
  • het binnen 1 jaar afsluiten van de faillissementsprocedure voor zover er geen fraude mee gemoeid is.
De eerste twee voorstellen van beleidslijnen zijn duidelijk Vlaamse bevoegdheden. Het laatste is een federale bevoegdheid.
 
We vinden deze elementen helaas totnogtoe onvoldoende terug in het federale of Vlaamse beleid, terwijl het toch over een omvangrijke en snel groeiende nood gaat en de toekomst van onze welvaart mee in het gedrang is.
 
Het document van de Europese commissie roept ook op om van ervaringen in andere Europese landen te leren. Bij de stichtende voorbeelden bij dit tweede beginsel wordt enkel een initiatief van het Brussels hoofdstedelijk gewest vermeld. Het Vlaamse gewest laat hier op het eerste zicht een kans liggen om zich op de kop van het Europese peloton te stellen, maar het is nog niet te laat om dit bij te sturen.
 
Wie het document zelf wil lezen, klik Portable Document Format (PDF) hier (pdf, 167 KB).
Weet dat het in leesbaar Nederlands gesteld is en dat Europa kmo's aanduidt met de term "mbk", wat staat voor midden- en kleinbedrijf.
 
Tussenstap dankt Europa voor dit hart onder de riem voor de ondernemers, het is nu aan de lidstaten om dit niet bij mooie woorden te laten.

 

[top]

“Volledig herstel kredietverlening beste vertrouwenswekkende maatregel”, stelt UNIZO

“De banksector moet inderdaad het vertrouwen van de klanten, waaronder honderdduizenden zelfstandigen en KMO-ondernemers, herstellen,” reageert UNIZO tevreden op het engagement van Febelfin terzake. De ondernemersorganisatie beaamt dat het vertrouwen van veel KMO-ondernemers en zelfstandigen in hun bank ernstig geschaad is. Dat geschonden vertrouwen herstellen kan volgens gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt best door zich te concentreren op de basisopdracht: “krediet verstrekken, aan correcte prijzen en redelijke waarborgen, aan goede en levensvatbare projecten van ondernemende mensen”. UNIZO is bereid daar actief aan mee te werken.

 

De KMO-organisatie vraagt de banken ook tenvolle de overheidsondersteuning te benutten. Zowel de Europese, de federale en de Vlaamse overheid ontwikkelden maatregelen om de kredietverlening aan ondernemers te ondersteunen. UNIZO verwijst onder meer naar de EIB-leningen, het federale Initio en casheo en de Vlaamse waarborgregeling.

In juli wees een UNIZO-bevraging bij accountants uit dat 80 % van de accountants kredietproblemen bij hun KMO-cliënten ervaart. 60% zegt met meer kredietweigering voor hun cliënten te maken te krijgen.

Bron : UNIZO persbericht 8/9/9

[top]

Zelfstandige ondernemers in nood zijn assepoesters

Bij de publieke opinie en in de media overheerst het beeld van de rijke zelfstandige. De meeste politici liggen evenmin wakker van zelfstandige ondernemers in nood. Ze willen wel meer economisch initiatief, maar menen dat het volstaat te zorgen voor nieuwe ondernemingen. Dit is niet terecht, stellen JOHAN LAMBRECHT, ELLEN BEENS en DIRK VERSCHOORE. Het is een illusie te denken dat het zelfstandig ondernemerschap in België zal stijgen, wanneer de beleidsaandacht 'beperkt' blijft tot de instroom.

Ongeloof
“Zelfstandige ondernemers kunnen niet van twee wallen eten: veel geld verdienen en een grote sociale bescherming genieten”. Deze uitspraak hoor je vaak, ook in kringen van zelfstandige ondernemers. Ze maakt duidelijk dat armoede onder zelfstandige ondernemers ook in de ondernemerswereld nog steeds op onbegrip en ongeloof stuit.
Een studie over armoede onder zelfstandige ondernemers van het Studiecentrum voor Ondernemerschap, HUBrussel, uitgevoerd in opdracht van Cera Foundation, toonde reeds eerder aan dat ook een belangrijke groep ondernemers zwarte sneeuw zien.
 
 
Veel armoede, grote inkomensongelijkheid
Uit een analyse van de inkomens van alle zelfstandigen in hoofdberoep blijkt dat een derde van hen gedurende een bepaalde periode van de loopbaan als zelfstandige, onder de armoedegrens tuimelt (verdient dan minder dan 594 euro per maand na belastingen). Van de zelfstandigen in hoofdberoep met minstens zes jaar inkomen uit de zelfstandige hoofdactiviteit situeert ongeveer 37 procent zich minstens één jaar onder de armoedegrens. Verder is er een zeer grote inkomensongelijkheid in de groep van de zelfstandigen in hoofdberoep. Zo bezit 70 procent van de zelfstandigen die het minst verdienen slechts een derde van de netto-bedrijfsinkomens van alle zelfstandigen in hoofdberoep. Dat wil zeggen dat 30 procent van de zelfstandigen die het meest verdienen over twee derden van de inkomenstaart beschikt. De grote inkomensongelijkheid komt ook tot uiting in het feit dat de hoogste 10 procent verdieners van de zelfstandigen jaarlijks twaalf keer meer verdienen dan de laagste 10 procent verdieners.
 
Zwartwerk
Critici zullen tegen die cijfers inbrengen dat het zwartwerk er niet in vervat zit. Bijgevolg zou de situatie van zelfstandigen veel rooskleuriger zijn dan de cijfers doen vermoeden. Schermen met zwartwerk is natuurlijk de dooddoener, waardoor men voor een reëel probleem blind blijft. Bovendien is de situatie soms nog schrijnender dan uit het inkomen blijkt. Er zijn zelfstandig ondernemers die hun persoonlijke vermogen moeten aanspreken opdat de zaak en de familie zouden overleven. Ze zien hun zuur verdiende spaarcenten dan smelten als sneeuw voor de zon.
 
Overvloedig bewijsmateriaal
Volgens een Finse studie moet het inkomen van een zelfstandig ondernemer trouwens 50 procent hoger liggen dan dat van een loontrekkende om de kans op faillissement en de inkomstenbelastingen te dekken.
Ook cijfers uit andere studies, in België en in het buitenland, maken duidelijk dat zelfstandige ondernemers een kwetsbare groep zijn. Het Nationaal Actieplan tegen Sociale Uitsluiting 2003-2005 leert bijvoorbeeld dat het armoederisico voor de actieve zelfstandigen 12 procent bedraagt, tegenover 4 procent voor de werknemers.
In het huishoudbudgetonderzoek van het Nationaal Instituut voor de Statistiek verklaart 20 procent van de zelfstandig ondernemers het (zeer) moeilijk te hebben om met het maandelijks beschikbare huishoudelijke inkomen rond te komen, tegenover 16 procent van de arbeiders en 12 procent van de bedienden. Een onderzoek in Nederland toont aan dat de kans op een inkomen onder de armoedegrens bij zelfstandige ondernemers viermaal hoger ligt dan bij loontrekkenden.
Diegenen die nog steeds geen geloof kunnen hechten aan het cijfermateriaal bevelen we aan om eens de verhalen van zelfstandig ondernemers in nood te lezen of, nog beter, zelf te aanhoren. Ze zullen dan snel ontdekken dat armoede onder zelfstandig ondernemers wel degelijk voorkomt en een meervoudig probleem is. Wanneer zelfstandige ondernemers in armoede belanden, lopen ze niet alleen zware financiële averij op. Ze kennen ook en vooral zware sociale (isolement), relationele (bijvoorbeeld echtscheiding), fysieke (gezondheidsproblemen) en psychische schade (ze beschouwen het als een persoonlijk falen, met soms zelfmoordneigingen als gevolg).
 
Oorzaken
Er is niet alleen weinig begrip bij de externe omgeving voor het lot van zelfstandig ondernemers in nood. Externen kunnen ook medeoorzaak van de problemen zijn. Naast economische factoren (hevige concurrentie), tegenslagen (ziekte) en persoonsgebonden factoren in de zakelijke (onvoldoende beheerskennis) en de privé-sfeer (echtscheiding), kunnen overheidsoptreden (aanslepende openbare werken) en misbruik door derden (nalatigheid van de boekhouder) armoede bij zelfstandig ondernemers veroorzaken.
Sommige externe spelers geven de genadeslag aan zelfstandige ondernemers in nood. We kunnen verwijzen naar sommige belastingontvangers, curatoren en deurwaarders die willekeur, ondoorzichtigheid inzake te rekenen kosten en werking, en (machts)misbruik van hun functie aan de dag leggen. De zelfstandige ondernemer in nood staat daar meestal machteloos tegenover.
 
De rol van de overheid
Professor Lambrecht beperkt zich tot één beleidsaanbeveling voor de federale en één voor de regionale regeringen.
 
Aan de federale regering adviseert hij dat die dringend werk zou maken van een degelijk vervangingsinkomen voor de zelfstandige ondernemer die zijn/haar zelfstandige activiteit moet stopzetten. Nu kan een zelfstandige ondernemer alleen een werkloosheidsuitkering ontvangen, wanneer hij/zij binnen de vijftien (soms ook negen) jaar na de start ophoudt met de zelfstandige activiteit. Dit ligt in de lijn van de UNIZO-eis voor een overbruggingsrecht voor ondernemers die tot stopzetting gedwongen zijn. Lambrecht motiveert dit advies als volgt. Ook ervaren ondernemers, die meer dan tien en zelfs meer dan twintig jaar zelfstandig ondernemer zijn, komen in armoede terecht. Doordat zij niet kunnen terugvallen op een stevig sociaal vangnet, zijn ze soms gedoemd om hun zieltogende zelfstandige activiteit voort te zetten. Ze komen dan vaak van de regen in de drop. Een degelijk gespannen sociaal vangnet voor zelfstandig ondernemers in nood is helemaal geen betutteling vanwege de overheid. Het is toch een enorme paradox dat het sociale vangnet het laagst gespannen is voor de enige risiconemers in onze maatschappij, de ondernemers die met hun eigen centen werken.
 
Aan de regionale regeringen beveelt Lambrecht aan dat zij werk maken van een geïntegreerde (uniek aanspreekpunt) en integrale (totaaloplossing) begeleiding van (ex-)zelfstandige ondernemers in nood door één overheidsorgaan. Die instantie informeert, adviseert en begeleidt de (ex-) zelfstandig ondernemer in nood op financieel, fiscaal, juridisch, sociaal en psychologisch vlak. Het orgaan analyseert de inkomenssituatie en kan aan de OCMW's bijvoorbeeld de garantie geven dat de uitbetaling van een leefloon gewettigd is. Hier verschilt Lambrecht van de UNIZO visie die de overheid in haar rol van regelgever en middelenverstrekker laat, en de uitvoering liever overlaat aan privaat initiatief. De sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen zijn volgens UNIZO bijzonder goed geplaatst om als dergelijk aanspreekpunt op te treden.
De verschillende regeringen in ons land schrijven ondernemen en werk hoog in het beleidsvaandel. Het is evenwel een illusie te denken dat het zelfstandige ondernemerschap in België toeneemt wanneer de beleidsaandacht 'beperkt' blijft tot de instroom. Alleen wanneer de instroom en de uitstroom van ondernemers wordt behartigd, kan het zelfstandig ondernemerschap duurzaam worden verhoogd.
 
Wie is wie
Johan Lambrecht en Ellen Beens zijn respectievelijk directeur en wetenschappelijk medewerker van het studiecentrum voor ondernemerschap aan de HUBrussel. Dirk Verschoore is directeur van Efrem, een vrijwilligersorganisatie die zich toelegt op de begeleiding van zelfstandige ondernemers in nood. Ook Tussenstap, ondernemers op een kruispunt, werkt sedert oktober 2007 voor deze doelgroep en zet daarbij ondernemers in op vrijwillige basis. In de agrarische sector is sedert januari 2007 boeren op een kruispunt actief.
 
Naar : De Tijd, 8/7/2004, bewerking Pol Vermoere 3/2/9
[top]

UNIZO: “broodnodig Europees relanceplan bevat goede speerpunten"

“Een Europees relanceplan was broodnodig,” reageert UNIZO tevreden op het vandaag door de Europese Commissie goedgekeurde maatregelenpakket. UNIZO verwijst onder meer naar de eigen, historisch lage, kmo-barometer, als bewijs voor de precaire economische toestand van veel Vlaamse kmo’s. UNIZO vraagt de federale regering enkele Europese voorstellen snel om te zetten. De ondernemersorganisatie verwijst onder meer naar het Europese voorstel de 6% BTW op arbeidsintensieve diensten, nu tijdelijk, permanent te maken.
Dat zou voor de lente van 2009 moeten gebeuren, stelt de Europese Commissie. In België slaat dit onder meer op werken aan woningen die 5 jaar oud zijn of ouder en de horeca. UNIZO vraagt, samen met de bij haar aangesloten beroepsorganisaties Bouwunie en Ho.Re.Ca.Vlaanderen, de Belgische regering deze regeling snel uit te voeren. Dat zou volgens de organisaties de activiteit, rendabiliteit en werkgelegenheid in die sectoren doen toenemen.
Ook het voornemen bijkomende kredietfaciliteiten te voorzien voor kmo’s, onder meer via de Europese Investeringsbank, krijgt de steun van UNIZO. De organisatie noemt de te vervullen voorwaarden wel cruciaal voor het welslagen van de plannen. Ook wil Europa het papierwerk bij openbare aanbestedingen verlichten. Dat zal kmo’s meer kansen geven, stelt UNIZO, op voorwaarde dat dit niet alleen beperkt blijft tot het begin van de procedure, zoals Europa vandaag besliste.
Europa trok voor het plan 200 miljard euro uit. Dit bedrag wordt niet volledig door de Europese Commissie betaald maar moet door de lidstaten geïnvesteerd worden. De Commissie speelt daarbij een coördinerende rol. Europa benadrukt dat het om slimme investeringen moet gaan. Voorbeelden daarvan zijn investeringen in infrastructuur (wegen) en het toekennen van lastenverlagingen en belastingvoordelen voor energiezuinige gebouwen en woningen. Ook investeringen in groene technologie, activering en innovatie worden aangemoedigd. Bouwunie en UNIZO zijn tevreden met deze focus aangezien het hier om investeringen gaat die renderen op lange termijn.
[top]

Het solidariteitspact mede onderschreven door UNIZO is een opstap naar een pragmatische, resultaatgerichte staatshervorming.

UNIZO bepleit verantwoordelijke solidariteit.

Samen met de andere werkgeversorganisaties VBO, VOKA, UWE, BECI en UCM ondertekende ook UNIZO vandaag het zogenoemde solidariteitspact met daarin een aantal prioriteiten en basisvoorwaarden voor een doeltreffende sociaal-economische toekomst van het land mede in het kader van een hervorming van de staat. Eerder ontwikkelde UNIZO daarover al een gemeenschappelijk standpunt met VOKA en VKW. Volgens UNIZO vullen de beide overeenkomsten mekaar goed aan.

 

Datum: 10 maart 2008
Meer over " Het solidariteitspact mede onderschreven door UNIZO is een opstap naar een pragmatische, resultaatgerichte staatshervorming."
[top]

60% ondernemers wil betere ondersteuning ‘zelfstandige’ gezinnen

markant en UNIZO pleiten voor investeringen in huishoudelijke ondersteuning en flexibele en betaalbare kinderopvang

Karine Valy uit Hasselt wint de Womed Award en is de 9e ‘Zelfstandige Ondernemende Vrouw van het Jaar’, een organisatie van markant, het netwerk van ondernemende vrouwen en UNIZO, de Unie van Zelfstandige Ondernemers. De winnares Karine Valy, een 48-jarige maatschappelijk assistente uit Lummen, startte in 1991 de 32e schoenenzaak in Hasselt. Ze slaagde er in, dankzij een gedurfde positionering in het hogere prijssegment, een goede reclamestrategie en modebewuste inkopen, La Bottega uit te bouwen tot een trendy modezaak op 1000 m² met 2 filialen en 20 werknemers. Haar motto blijft onveranderd: ‘groot zijn in de 3 K’s’: kwaliteit, keuze en klantvriendelijkheid.
 
Voor markant en UNIZO is de uitreiking van de Womed Award aanleiding om de betekenis van vrouwelijke ondernemers en hun specifieke noden te benadrukken. De laatste jaren bleef het aandeel zelfstandige vrouwen immers hangen op één derde. Bovendien ondernemen vrouwen, veel meer dan mannen, in bijberoep. Vrouwelijke zelfstandigen blijken ook moeilijker arbeid en gezin te kunnen combineren, stellen markant en UNIZO vast. Dat wijst ook de enquête van beide organisaties uit bij 357 zelfstandige ondernemers, 150 mannen en 207 vrouwen. 64% beaamt de stelling “vrouwelijke ondernemers hebben het moeilijker dan mannen”. 60% is van mening dat er steunmaatregelen nodig zijn voor ‘zelfstandige’ gezinnen, gezinnen waar de moeder zelfstandig ondernemer of meewerkende echtgenote is. De ondernemersorganisaties pleiten onder meer voor overheidsinvesteringen in de verbetering van huishoudelijke ondersteuning en de verdere uitbouw van een flexibele en betaalbare kinderopvang.
Meer over "60% ondernemers wil betere ondersteuning ‘zelfstandige’ gezinnen"
[top]

De KMO portefeuille, opvolger voor BEA

Met de kmo-portefeuille introduceert de Vlaamse overheid de opvolger van de BEA-maatregel en de vroegere opleidings- en adviescheques.
De steunmaatregel blijft hoofdzakelijk gericht op het verbeteren van de huidige of toekomstige bedrijfsvoering bij kmo’s.

Kmo’s kunnen met ingang van 1 januari 2009 jaarlijks aanspraak maken op nog meer subsidies binnen de volgende domeinen:

  • Opleiding
  • Advies over ondernemen
  • Advies over internationaliseren
  • Advies over innoveren

De drie kernprincipes van deze vernieuwing zijn:

  • de steunmaatregel wordt vereenvoudigd
  • het bedrag van de steun wordt verhoogd
  • het wordt een jaarlijkse in plaats van een tweejaarlijkse steun>

De steunmaatregel wordt vereenvoudigd

  • De onderneming kan de subsidieaanvraag indienen tot 14 kalenderdagen NA de aanvang van de prestaties.
  • De onderneming heeft vervolgens 30 kalenderdagen (in plaats van 14) de tijd om de eigen bijdrage in de elektronische portefeuille te storten.
  • Het is ook mogelijk bij eenzelfde dienstverlener zowel opleiding als advies in te kopen.

Het bedrag van de steun wordt verhoogd

  • Het steunpercentage wordt opgetrokken van 35% naar 50% (voor advies over innoveren zelfs tot 75%).
  • Beperkte catering toegelaten.

Het wordt een jaarlijkse steun

Het globale subsidiebedrag voor de 4 domeinen samen is opgetrokken van € 5.000 per 2 jaar naar € 15.000 per kalenderjaar. Kmo’s kunnen jaarlijks aan steun ontvangen:
  • voor opleiding maximaal € 2.500
  • voor advies over ondernemen maximaal € 5.000
  • voor advies over internationaliseren maximaal € 5.000
  • voor advies over innoveren maximaal € 10.000

Dit alles dus met een maximum van € 15.000 per jaar!

Deze subsidie kan enkel aangevraagd worden via het internet aangezien de aanvraag, verwerking, toekenning en beheer van de subsidie volledig gebeurt via een elektronische portefeuille.

ADMB Select - erkend dienstverlener
 
ADMB Select is erkend als dienstverlener voor de pijler advies met erkenningsnummer DV.A105016.
Voor de pijler opleiding is ADMB Select met werknaam ADMB School erkend met erkenningsnummer DV.O101449. Elke opleiding die door ADMB School gegeven wordt, komt in aanmerking voor terugbetaling via de kmo-portefeuille, ook wettelijk verplichte opleidingen.
Voor meer informatie kan u terecht op de website www.kmo-portefeuille.be of bel het gratis nummer 1700.

Wie komt in aanmerking en welke zijn de voorwaarden?
  1. kleine en middelgrote ondernemingen (KMO)
  2. vrije beroepen
  3. gevestigd in het Vlaamse Gewest
  4. onderneming uit privésector met een aanvaardbare hoofdactiviteit (NACE-code-lijst)
  5. voldoen aan de regelgeving van toepassing in het Vlaamse Gewest
  6. vzw’s zijn uitgesloten
Hoe verloopt de subsidieaanvraag en betaling?
  1. Een overeenkomst/inschrijving afsluiten met ADMB Select/School.
  2. De onderneming doet de subsidieaanvraag via website www.kmo-portefeuille.be (ten laatste 14 kalenderdagen na aanvang van de prestaties). Houd er wel rekening mee dat uw subsidieaanvraag geweigerd kan worden.
  3. ADMB Select/School bevestigt de subsidieaanvraag.
  4. De onderneming ontvangt een mail met vraag om eigen aandeel te storten.
  5. De onderneming stort eigen bijdrage in de elektronische portefeuille door middel van overschrijving aan Sodexo (binnen de 30 kalenderdagen na bevestiging ADMB Select/School).
  6. De Vlaamse overheid vult de elektronische portefeuille aan.
  7. De onderneming geeft opdracht tot de transactie van het totaalbedrag vanuit de elektronische portefeuille naar ADMB Select/School via www.kmo-portefeuille.be.
  8. De onderneming kan ADMB Select/School betalen met de elektronische portefeuille via www.kmo-portefeuille.be
Wenst u graag meer informatie? Neem gerust contact op met ADMB Select of ADMB School.
Contact: select@admb.be of school@admb.be

Terug

[top]

Ondernemingszin lijdt onder discriminatie van ondernemers

De GEM-cijfers bewijzen : “Kloof met werknemersstatuut houdt aantal ondernemers laag”
- UNIZO eist concreet tijdspad naar gelijkwaardig sociaal vangnet
 
- “Hervorming faillissementsverzekering dringt zich op”
 
Datum: 18 januari 2008
Meer over "Ondernemingszin lijdt onder discriminatie van ondernemers"
[top]
 
 
site by 2Mpact
© 2012 Zenitor  -  Privacy  -  Gebruiksvoorwaarden  -  Sitemap